Corvey was een vorstelijke abdij of rijksabdij, nabij het Duitse
Höxter, in Noord-Rijnland-Westfalen. Eertijds was het een
benedictijnenabdij die als een van de belangrijkste Karolingische
kloosters gold, met een belangrijke bibliotheek. Het klooster werd
in 822 gesticht, in de nabijheid van de rivier de Weser, door
monniken van Corbie onder bescherming van Lodewijk de Vrome, de zoon
van Karel de Grote. Gedurende de 9e en de 10e eeuw was dit een van
de meest betekenisvolle cultuurcentra in Noord - Europa.
Het klooster werd vernield in de Dertigjarige Oorlog, en nadien in
barokke stijl weer opgebouwd in zijn huidige vorm. Het
abdijvorstendom Corvey werd in 1792 tot prinsbisdom verheven en in
1803 geseculariseerd. |

MEER INFO
Om twee uur houden we het voor gezien en gaan we op weg naar het noorden. We
volgen de loop van de rivier de Weser. Het is een dal in een glooiend en soms
heuvelachtig landschap dat zwaar bebost is. Door al die bomen krijgen we maar
zelden de gelegenheid om van een weids panorama over hert rivierenlandschap te
genieten.
Vlakbij het aardige stadje Höxter ligt een van de oudste kloostercomplexen van
Duitsland. Van hieruit werd een groot gedeelte van het heidense Saksiche Noord -
Duitsland, een gedeelte van Polen en Scandinavië door moedige missionarissen
gekerstend. We bezichtigen er het slot met zijn verschillende stijlkamers, de
manuscripten in de bibliotheek. Het is niet alleen een kloostervestiging, maar
het complex behelst ook nog een hoeve met uitgestrekte landerijen. De in
barokstijl uitgevoerde kerk is niet zo groot, maar maakt dit gebrek aan omvang
goed door verfijnd beeldhouwwerk van onder andere preekstoel, kerkbanken en
orgel. Ook de opvallend rijk geornamenteerde altaren mogen er zijn. Schuin boven
de kerk ligt nog een oudere kerk die uit de negende eeuw stamt. Die is kaal en
sober, maar zeker historisch gezien belangrijker. Boven op zolder bevindt zich
ook nog een streek-, respectievelijk stadsmuseum met schilderijen en voorwerpen
uit die goeie oude tijd. Veel aandacht voor de nabijgelegen Weser.
 |
 |
Binnendoor rijden we terug naar Hildesheim. We gaan in Sarstedt gezien het
vergevorderde uur (bijna zessen) maar direct eten bij het Italiaanse restaurant
Milano aan de Strassenbahnschleife. Chique en gewoon lekker. Jos krijgt een
slank flesje San Pellegrino mineraalwater voor een exorbitante prijs van
€ 2,50 bij zijn ravioli! Clim heeft macaroni. We zijn op tijd terug in ons hotel
om op tv de voetbalwedstrijd Werder Bremen - Levski Sofia vanaf het beginsignaal
te kunnen volgen.
 |
 |
| Het klooster werd in 822 gesticht, in de nabijheid van de rivier de Weser,
door monniken van de abdij van Corbie onder bescherming van Lodewijk de Vrome,
de zoon van Karel de Grote. Gedurende de 9e en de 10e eeuw was dit een van de
meest betekenisvolle cultuurcentra in Noord-Europa. In deze tijd ook schreef
Widukind van Corvey zijn Res gestae Saxonicae (Saksengeschiedenis). In de
bibliotheek van het klooster bevonden zich onder meer de eerste vijf boeken van
de Annales van Tacitus. Vanuit Corvey kwam een stroom missionarissen die actief
waren in Noord-Europa. De belangrijkste van hen was de heilige Ansgar, de
“apostel van Scandinavië”. Een belangrijke bron voor de geschiedenis van de
middeleeuwen zijn de Annalen van Corvey (Annales Corbenjenses). De Annalen waren
in de negentiende eeuw aangevuld met de vervalste Chronicon Corbejense. Na de
vijftiende eeuw verdween de invloed van de School van Corvey. Met de bouw van de uit drie schepen bestaande basilica werd in 830 begonnen en
werd in 844 gewijd. Uit deze tijd stammen ook de kelders van het westwerk. De
daar aanwezige fresco’s uit de negende eeuw hebben voorstellingen uit de antieke
oudheid van de Odyssee. De aan de westelijke zijde staande beeldbepalene torens
komen eveneens uit de negende eeuw (gebouwd 873-885) en zijn de oudste nog
bestaande middeleeuwse gebouwen in Westfalen. |
 |
Onder abt Wibald van Stablo (Stavelot) (1146-1158) werd het westwerk in de
huidige vorm uitgebouwd en verkreeg het klooster de rijksvrijheid, ook wel ‘’Reichsunmittalbarkeit’’
genoemd. Hij was er ook in geslaagd een klein territorium van 5 km² te vormen,
welke ook ‘’unmittelbar’’ was en grensde aan het prinsbisdom van Paderborn en
tot welk bisdom het ook hoorde in het geestelijke.
 |
 |
Bij het klooster bevinden zich de resten van de stad Corvey, die rondom het van
Corvey afhankelijk stift Niggenkerken lagen. De stad werd door de abten als
tegenhanger van het nabijgelegen Höxter gesticht. De nederzetting ging ten onder
na een gezamenlijke aanval van de bisschop van Paderborn en de burgers van
Höxter in 1267 en de laatste resten werden in de zestiende eeuw verlaten. In de
buurt van het klooster bevindt zich ook de ruïne van de afhankelijk proosdij tom
Roden.
De relatie met Nederland
Hoewel in de middeleeuwen Nederland nog niet bestond, kan toch worden ingegaan
op de rol van Corvey op een deel van Nederland. Het klooster Corvey bezat
nagenoeg geheel Westerwolde en de jurisdictie van Winschoten, ook wel voogdij
genoemd. Dit laatste gebied omvatte het Osnabrückse deel van Reiderland. Beide
delen maakten samen met een direct over de grens liggend gebied één geheel. De
kerstening van het 'Nederlandse' deel vond plaats vanuit Meppen en Aschendorf,
waarschijnlijk in de negende eeuw.

Geschiedenis: nieuwe tijd tot heden
Het klooster werd vernield in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), en nadien in
barokke stijl weer opgebouwd in zijn huidige vorm. Het uit ca. 12.000 bewoners
bestaande abdijgebied had een inkomen van ongeveer 100.000 daalders en probeerde
telkens in een afhankelijke relatie met de bisschop van Paderborn te komen. Een
reden hiervoor was de bedreiging van het uitsterven van het convent. In 1786
telde het klooster nog slechts 13 leden en een vereiste was dat nieuwe leden van
adellijke afkomst moesten zijn. Uit de adel kwamen nauwelijks nog nieuwe
geestelijken. En zo probeerde men de ondergang te voorkomen door de verheffing
tot een bisdom.
Na verschillende verdragen te hebben gesloten met naburige vorsten en de
bisschop van Paderborn werd de abdij in 1779 verheven tot ‘’exemten
Territorialabtei’’. In aanwezigheid van de abt besloot het klooster, dat de
kerkdienst, die steeds een benedictijns karakter had gedragen, ook na de
Secularisatie van de abdij niet verzaakt mocht worden, zodat de strenge
kloosterlijke dagindeling behouden bleef. Voor het in stand houden van de
kerkdienst werden alumni van het in 1786 geopende priesterseminarie
aangetrokken, omdat de meeste monniken te oud waren om de gehele dienst voor te
gaan. Tegelijk werd het aantal toekomstige domheren beperkt tot twaalf en hun
toeslag op 500 daalders bepaald. De Vita communis werd gemoderniseerd en de
kloostertucht opgeheven.
In 1788 richtte de abdij haar aanvraag voor secularisatie aan de Paus, die het
klooster in 1792 ophief en het stiftsgebied tot een prinsbisdom verhief,
bestaande uit 10 parochies. De kloosterlingen werden verheven tot domheren. De
abt Theodor von Brabeck werd prins-bisschop. Hij werd in 1794 opgevolgd door
Ferdinand von Lüninck. Het bisdom Corvey werd na de dood van Ferdinand von
Lüninck in 1825 opgeheven.
In artikel 12 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25-2-1803 wordt het
bisdom Corvey aan de vorst van Nassau-Dillenburg (= de prins van Oranje)
toegekend. Als vorstendom wordt Corvey dan deel van het vorstendom
Nassau-Oranje-Fulda. De prins verliest zijn bezittingen na de Pruisische
nederlagen in 1806 en 1807. Op 7-12-1807 wordt Corvey bij het koninkrijk
Westphalen gevoegd. Na de nederlagen van Napoleon kent het Congres van Wenen het
voormalige bisdom in 1815 toe aan het koninkrijk Pruisen.
In 1820 wordt uit de domeinen van het voormalige prinsbisdom een gemediatiseerd
vorstendom gevormd voor landgraf Victor Amadeus van Hessen-Rothenburg als
schadeloosstelling voor het verlies van zijn rechten in het nedergraafschap
Katzenelnbogen, de heerlijkheid Plesse en het ambt Neuengleichen. De landgraaf
van Hessen-Rotenburg heeft de abdijgebouwen laten ombouwen tot een paleis. In
1834 vererfde de bezittingen aan de vorst van Hohenlohe-Schillingsfürst, die in
1840 ook de titel hertog van Ratibor verwierf.
|
Cultureel erfgoed
De beroemde abdijbibliotheek is sinds lange tijd niet meer aanwezig en
verspreid, maar de prinselijke bibliotheek, een aristocratische
familiebibliotheek en bestaande uit ca. 67.000 boeken (voornamelijk in het
Duits, Frans en Engels) en rond 1834 afgesloten, is nog steeds aanwezig in het
paleis. In de collectie bevindt zich een grote hoeveelheid negentiende-eeuwse
Engelse romans, sommige zelfs uniek omdat het in Engeland niet de gewoonte was
deze boeken te kopen, maar te lenen uit openbare bibliotheken.
In Corvey bevindt zich het graf van de dichter August Heinrich Hoffmann von
Fallersleben, die als bibliothecaris de Fürstliche Bibliothek Corvey van de
hertogen van Ratibor en de vorsten van Corvey met ca. 74.000 boeken uitbreidde.
|
 |

|