|
HOTEL NIENHAUS: Uitstekend restaurant / twee Einzelzimmer

Aan de overkant van de Rijn leiden borden ons naar het stadje Isselburg,
eigenlijk is er meer sprake van een nietig dorp met stadsrechten uit de
Middeleeuwen. Het ligt tien kilometer van de Nederlandse grens. We kunnen de
auto achter het familiehotel parkeren. Het is half vier als we ieder onze eigen
kamer kiezen. We hebben keuze uit enkele grote tweepersoonskamers, maar die
liggen aan de noord- en wegzijde, wat voor ons geen optie is. Bovendien zijn die
vanwege hun omvang moeilijker warm te stoken. We nemen pilsjes aan de bar en
reserveren er en passant een tafel voor het avondeten, waarbij we ook alvast
doorgeven wat we willen eten. Het diner dat ons wordt voorgeschoteld smaakt
voortreffelijk, maar is wel aan de dure kant. De volgende twee keer dat we hier
dineren zullen we iets goedkopere gerechten kiezen.
 |
 |
 |
| Overgebleven Stadtturm |
Beeld van visser... |
en wasvrouw langs Issel - oever |
We maken nog een korte avondwandeling door het stadje. We ontdekken daarbij nog
twee andere eetgelegenheden, namelijk een pizzeria (door een stel jonge Turken
gedreven) en naast ons hotel de grote “Imbiss Angelika”. Ook daar zullen we eens
eten.
Oud industriestadje met vernieuwde binnenstad, ooit centrum
van de textielnijverheid.
‘s Ochtends ontmoeten we elkaar in de Speisezimmer voor het ontbijt waarbij
al het wenselijke aanwezig is. De gelagkamer is opgebouwd uit boogvlakken van
ruwe baksteen, er staat zelfs een vermolmde boom in het midden. We zijn vandaag
de enige gasten.
We vertrekken zoals gebruikelijk om tien uur voor onze eerste trip in de
omgeving van het zuiden van Westfalen. Onze eerste bestemming is de nabijgelegen
stad Bocholt. Na de oorlog heeft dit gebied enige tijd aan Nederland toebehoord,
als compensatie voor de geleden oorlogsschade. Het weer is druilerig, maar
daardoor laten we ons niet uit het veld slaan. Opvallend is het grote, moderne
winkelcentrum, de Arkaden, waar het in de cafetaria al uitpuilt van de vroege
brunchers. Wijzelf gebruiken koffie in de Ratskeller van het stadhuis, dat na de
verwoestende bombardementen in de nadagen van WO II weer volledig herbouwd is.
Door de stad loopt de Issel, Duits voor de IJssel. Af en toe zien we
gekostumeerden die zich naar carnavalsfestiviteiten elders spoeden. Verder
merken we er niet veel van de Vastenavond, hoewel die hier wel degelijk wordt
gevierd, zelfs met optochten en al tijdens Rosenmontag! Op straat is er echter
geen feestgedruis, dat speelt zich af in aparte feesttenten, zodat de niet
meespelende burgers geen last van de carnavaleske uitspattingen hebben.
 |
 |
| Industrieel restant |
Stadhuis van Bocholt: geheel herbouwd |
Eveneens textielcentrum met modern centrum. Bezoek museum,
twee kerken, stadstorens, watermolen.
DOODSE ZONDAGOCHTEND
Daarna rijden we door naar de kleinere stad Borken, die wel weer de hoofdstad
van deze Kreis (district) is. We parkeren de auto vlak bij een watermolen en een
van de drie overgebleven stadstorens. Een andere toren bezoeken we op de
terugweg en doet nu dienst als Heimatmuseum.
We bekijken er twee kerken, waar overigens geen diensten worden gehouden. Aan de
grote markt ligt het gemeentehuis, waarin ook het Stadtmuseum is gevestigd. Een
uitgemergelde, stokoude man met een akelig rochelend hoestje overhandigt ons de
toegangsbewijzen. Het museum biedt een overzicht van de geschiedenis van de
streek, te beginnen bij de prehistorie. Interessant, maar al dit soort
dorpsmusea lijken qua inhoud (niet wat opzet en uitvoering betreft) enigszins op
elkaar. Ook is er nog een expositie te bekijken van het werk van kindertekenaar
Janosch, maar die kan ons minder bekoren. Na deze “back in time” - belevenis
maken we een ommegang door het centrum, maar er is eigenlijk weinig te beleven.
Gezien de weersomstandigheden besluiten we terug te keren naar ons uitgangspunt,
de omgeving van ons dorp Isselburg.
Onderweg klaart de hemel echter op, waardoor we kans zien de bij Isselburg
behorende dorpjes (met middeleeuwse stadsrechten overigens) Werth en Anholt aan
te doen.

HISTORISCHE JUWEELTJES : Dorpjes met een verleden
Werth ligt 4 kilometer van Isselburg af. Het is meer een gehucht, dat
desondanks in de ME een heuse burcht bezat. Op de burchtheuvel hebben ze op de
vloer van de voormalige ridderzaal een smalle kerk gebouwd. Er is verder een
vijftiende-eeuwse kerk en een oude windmolen te bezichtigen.
Anholt ligt tegen de Nederlandse grens aan. De Wasserburg aan de rand van
het stadje trekt met zijn statige gebouwen en zijn park inclusief beeldentuin
talrijke bezoekers. In de slotgracht met wit geverfde ophaalbrug zwemmen statig
zwanen rond, zoals het hoort dus. Het is zonnig weer geworden, dus het hele door
glas omgeven terras aan de waterkant zit vol goedgeklede bezoekers. Na de Kaffee
und Kuchen (die hier erg prijzig uitvalt: € 15) lopen we nog wat rond. Er is ook
een museum met vooral achttiende- en negentiende-eeuwse schilderkunst, maar
omdat het al na vieren is, gaan we er niet naar binnen. In het kasteel is ook
een vijfsterrenhotel gevestigd.
We brengen op de valreep ook nog een bezoek aan het stadje zelf. Het kan bogen
op een rijke geschiedenis, waarvan een 16-de-eeuws raadhuis, twee kerken (een
Rooms-katholieke en een Evangelisch-protestantse), een burchtheuvel en wat
oudere panden getuige zijn. Opvallend is een enorm oude en dikke eik, hij heeft
een omvang van meer dan zes meter, een doorsnede van twee meter en dateert uit
1540. Hij is geworteld aan de rand van de door een donkere gracht omgeven
voormalige wallen, waarop onder andere nog een oeroude ijskelder ligt.
 |
 |
| Wasserschloss Anholt |
Populair: veel bezoekers |
In het stadje Isselburg zelf verpozen we nog enige tijd aan de waterkant en
bekijken de stadstoren. De burcht en de stadsmuren zijn in de zeventiende eeuw
door Franse troepen van de Zonnekoning opgeblazen. In het park zijn aardige
sculpturen en beeldhouwwerken geplaatst die over de Issel uitkijken, onder
andere een wasvrouw en een visser. Pal aan het riviertje staat een soort meiboom
en ligt een grote, bakstenen dorpskerk.
Doorgaans zijn we dan om een uur of vijf terug in het hotel. We drinken aan de
bar dan een pilsje, ook Jos, waarna we onze respectievelijke kamers opzoeken.
Tegen zeven uur gaan we dan op pad (of blijven we in het hotel zoals vandaag) om
ergens te gaan eten.
Weer een regenachtige ochtend, maar we gaan toch om tien uur op pad. We nemen
de autosnelweg naar de stad Emmerich, een stukje van nog geen 20 kilometer. Daar
parkeren we vlakbij de imposante Rijn. Tegen de wind torsend banen we ons door
de striemende regen een weg naar de Rijnpromenade. Pal aan de oever van deze
rivier ligt een kerk die als een vesting is gebouwd, menig keer is hij omspoeld
door hoog water. We lopen als enige over de door appartementsgebouwen begrensde
hoge dijk. Onverstoord glijden de rijnaken en duwboten ons voorbij, hun hoge
snelheid verbaast ons een beetje. Bij de stadshaven draaien we ons om en lopen
we via de moderne binnenstad terug, nu beschut tegen de wind. Op de grond ligt
veel snoepgoed te verpieteren en trappen we op lege, kleine plastic flesjes
sterke drank. De stille getuigen van een carnavalsoptocht die hier gisteren
voorbij is getrokken, althans dat nemen we aan.
 |
 |
| Rijnoever bij Emmerik |
Op 4 km van de Nederlandse grens |
Niet ver van Emmerik, aan de andere kant van de Rijn, ligt
het Schloss Moylandt. Dat bezoeken we op de terugweg van Isselburg naar
Roermond. Hieronder volgt een kort verslag.

Jos wordt ‘s nachts misselijk en moet overgeven. De volgende
dag voelt hij zich hondsberoerd, zodat hij het ontbijt overslaat. Even later
begint hij opnieuw te kotsen en dan is het hek van de dam. We rekenen de
hotelrekening apart af met onze credit cards, waarna we de terugreis
aanvaarden.
Voor de Rijnbrug bij Rees wordt de route naar Schloss
Moylandt al met borden aangegeven. Het waterkasteel ligt tussen Kalkar (met
Kernwasser Wunderwelt, een amusementspark op het terrein van de voormalige
kerncentrale) en Kleef en is omgeven door een park. We moeten entree
betalen. Jos moet regelmatig over de nek en gebruikt daarvoor bloemperken en
een afvalbak (wat hem op een uitbrander van een suppoost komt te staan) en
het toilet, waardoor hij een gedeelte van de expositie mist. Clim loopt
alles af en aan zijn gezicht te zien bevalt het hem niets. Met name de
pentekeningen met gekras en gekriebel en het ander werk van ene Joseph Beuys
vinden in zijn ogen geen genade. In het sousterrain staan ietwat chaotisch
een aantal beelden door elkaar; sommige daarvan zijn wel de moeite waard. In
de hoge galerijen van het oude gedeelte hangen letterlijk honderden
schilderijen tot boven aan het plafond aan de muur, van enige indeling is
geen enkele sprake.
MEER INFO MOYLAND
Museum Schloss Moyland is een waterkasteel uit de 17e eeuw. Tegenwoordig
dient het gerestaureerde kasteel als museum voor moderne kunst (vooral
gewijd aan Joseph Beuys.
Geschiedenis kasteel
'Moyland' wordt voor het eerst genoemd in een historisch document uit 1307.
In 1740 ontmoette Frederik de Grote hier voor de eerste maal Voltaire. Rond
1860 werd het slot aangepast en kreeg het een neogotisch uiterlijk. Het
kasteel behoorde sinds die tijd toe aan de familie Van Steengracht. Het slot
raakte bij het eind van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd en het
duurde lange tijd voordat er een oplossing gevonden werd om de ruïne weer op
te bouwen. In 1990 werd er een stichting opgericht.
Sammlung Van der Grinten
Sammlung Van der Grinten en en het Joseph Beuys Archiv des Landes NRW werd
in 1997 geopend, na een grondige restauratie en herinrichting.
In het museum bevindt zich, naast een groot aantal kunstobjecten uit de 19e
en 20e eeuw, 's werelds meest omvangrijke collectie met vroege kunstwerken
van de bekende beeldhouwer Joseph Beuys. Alle kunstwerken komen uit de
verzame-ling van de gebroeders Van der Grinten, die hun werk inbrachten in
de "Stichting Museum Slot Moyland, collectie Van der Grinten, Joseph Beuys
archief van Noord-Rijnland-Westfalen". Franz Joseph van der Grinten
verzamelde samen met zijn broer Hans van der Grinten hedendaagse kunst,
grafiek en beelden uit de laatste twee eeuwen en daarnaast ook Jugendstil en
art deco-keramiek, medailles, munten en kunst- en cultuurhistorische
documentatie met name over de Nederrijnregio.
Het Joseph Beuys-archief
In de nieuwe voorburcht bevinden zich het Joseph Beuys-archief en een
wetenschappelijke bibliotheek met talloze geschriften over beeldende kunst
van de laatste twee eeuwen. In het slotpark kan men wandelen door een fraaie
beeldentuin en een educatieve kruidentuin.


|