|
Door Jos in de paasvakantie van 2008 bezocht (één dag). Ga naar een kort
verslag van zijn verblijf in Oldenburg. INFO OLDENBURG
Oldenburg (officieel: Oldenburg (Oldb) of Oldenburg (Oldenburg)) is een stad
in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Het was tot en met 2004 de hoofdstad van de
regio Weser - Ems. Aantal inwoners: 159.060 (31-12-2006). Hiermee is het de op 4
na grootste plaats van Nedersaksen. Oldenburg is een belangrijk bestuurscentrum voor de regio en heeft daardoor
veel ambtenaren binnen zijn gemeentegrenzen. Een verbinding met de Noordzee via
de rivieren Hunte en Weser maken een binnenhaven mogelijk. Verder is er de in
1973 opgerichte Carl von Ossietzky universiteit met 11.000 studenten (2003).
Geschiedenis
1108: oudst bekende vermelding van "Aldenburg".
1345: Oldenburg krijgt stadsrechten.
1448: Graaf Christiaan van Oldenburg wordt koning van Denemarken.
1603: Begin van de regeerperiode van Graf Anthon Günthers die de stad buiten de Dertigjarige Oorlog weet te houden.
In het rampjaar 1667 sterft Graf Anthon Günthers, komt de stad onder Deense
heerschappij en breekt de pest uit.
In 1676 wordt de stad door een brand grotendeels verwoest.
In 1773 vervalt het graafschap Oldenburg aan het huis Holstein - Gottorp, waardoor
het gebied van graafschap tot hertogdom wordt.
In 1785 komt hertog Peter Frederik Lodewijk aan de macht en begint de stad
Oldenburg in neoklassieke stijl om te bouwen.
In 1786 wordt in Oldenburg de eerste spaarbank ter wereld opgericht.
In 1815 wordt de stad een prinsdom.
In 1819 wordt de stad Oldenburg hoofdstad van de vrijstaat Oldenburg.
Tussen 1933-1945 is Oldenburg "Gau"-hoofdstad van de regio Weser-Ems.
In 1945 groeit de stad enorm door de opname van 45.000 vluchtelingen
1946: de stad en het gebied Oldenburg gaan op in de deelstaat Nedersaksen.
1973: oprichting van de universiteit.
Bekende Oldenburgers
Dieter Bohlen (Modern Talking) / Horst Janssen (schilder) / Karl Jaspers
(filosoof) / Ulrike Meinhof (terroriste)
(april 2008)
Naar Oldenburg ga ik ook met de trein: heen met de snelle IC, terug met een
lokale trein (meer stops). Vooral die laatste is erg druk, misschien omdat hij
zo goedkoop is, slechts 5 euro. Als ik aankom woedt er een sneeuwjacht. Ik wacht
tot die voorbij is en ga de stad in. Er is een compact centrum omringd door een
Stadtgraben, wat betekent dat het een oude stad is. Ze ligt aan een kanaal naar
de Noordzee, het zogenaamde Küstenkanal. Allereerst bezoek ik een onbestemd
groot monumentaal gebouw uit eind negentiende eeuw. Het ziet er imposant en
streng uit, alleen de portalen zijn versierd met friezen.
Dan volgt het hertogelijke Schloss uit 1608 dat helemaal geel gesausd is
tegenwoordig een museum. Ernaast staat een groepje moderne beeldhouwwerken van
beren. Rondom het slotplein liggen andere historische gebouwen, sommige in een
neoklassieke stijl, bijvoorbeeld Die Wache uit 1839 Het volgende plein biedt het
raadhuis met het fontein Gegenwart en de Sankt Lamberti — kerk die nu ter
restauratie in de steigers staat. Ik drink er koffie onder in de Ratskeller,
waar ik bediend wordt door een Vietnamese (die ik abusievelijk voor een Thaise
houd, foutje!).
Dan loop ik verder door enkele verkeersluwe straten van de Altstadt met hier
en daar een historische gevel. De oudste behoort tot het Degade Haus in de Lange
Strasse en stamt uit begin zestiende eeuw. Ook de Alte Apotheke (nu een hotel)
ziet er nog toonbaar uit. De meeste woningen uit die tijd zijn in de grote
stadsbrand van 1667 afgebrand en niet herbouwd. Ook de Bergstrasse biedt mooie
geveltjes. Op het einde van de binnenstad staat nog de Lappan, een bakstenen
stadstoren in gotische stijl uit 1467. Daar duik ik een Ierse bar in, waar men
een geheel verzorgde brunch voor 8 euro en nog wat biedt. Ik laat het me goed
smaken. Je mag er zelfs in een aparte ruimte - wel met een dartsautomaat -
ongehinderd roken.
Na die voedzame ontbijtlunch zet ik mijn voettocht voort via een andere route
terug naar het station, mijn uitgangspunt. Prachtig 19de-eeuws ziekenhuis in een
park met vijver waar de narcissen en sneeuwklokjes de eerste lentelucht
bovengronds proeven. In een villawijk maak ik een extra ommetje, alleen al om de
fraaie architectuur uit de negentiende eeuw te bewonderen. Ik ben hier de enige
toerist, niet verwonderlijk want het is ronduit guur weer. De straten in dit
voorname Viertel hebben typische groot-Duitse namen als Hindenburg Strasse,
Bismarck Strasse, von Moltke Strasse.
In het uitgestrekte stadspark ligt het relatief jonge theater (natuurlijk
neoklassiek) en de Slottuinen met vele ganzen, zwanen en eenden. Tenslotte
bereik ik via de Hofpromenade en de logge, stompe Pulverturm nog een tweetal
prominente gebouwen die nu als musea fungeren: het Augusteum en het
Prinzenpalais. Na nog een korte stop bij de binnenhaven en een stuw keer ik
terug naar de Bahnhof.
Om half vijf ben ik weer in Bremen, waar ik nog een wandeling van anderhalf
uur door de binnenstad maak en onder andere de windmolen en Die Schanze en nog
eens de Schnoor bezoek. Ik ben diep onder de indruk van het enorme
gerechtsgebouw dat de zeer toepasselijke naam “Der Salomon” draagt.


|